Cookies voor statistiek en advertenties
We gebruiken cookies voor statistiek en voor advertenties, allebei naar Google. Weigeren verandert niets aan wat je te zien krijgt.Lees de privacypagina
1 KiB = 1,024 kB
Tik een waarde in en de omrekening van kibibyte naar kilobyte loopt mee terwijl je typt. De factor is precies 1,024: zoveel kB komt er op 1 KiB. De berekening gebeurt op je eigen apparaat; na het laden vraagt deze pagina geen server meer iets.
512 KiB is 524,3 kB
— een halve mebibyte.
4 KiB is 4,096 kB
— een geheugenpagina op vrijwel elk systeem.
488,3 KiB is 500 kB
— een lichte webpagina.
62,5 KiB is 64 kB
— een lange e-mail.
| KiB | kB |
|---|---|
| 1 | 1,024 |
| 2 | 2,048 |
| 5 | 5,12 |
| 10 | 10,24 |
| 50 | 51,2 |
| 100 | 102,4 |
| 500 | 512 |
| 1000 | 1024 |
KiB naar kB omrekenen
Een kibibyte is precies 1.024 bytes. De naam is in 1998 ingevoerd zodat «kilobyte» weer 1.000 kon betekenen, al is de gewoonte nooit helemaal aangeslagen.
Een kilobyte is 1.000 bytes als een normalisatie-instituut hem definieert en 1.024 als een besturingssysteem dat doet. Deze pagina rekent met 1.000; de eenheid van 1.024 heet kibibyte.
De factor is 1,024, en die draagt vrijwel niemand met zich mee. Afgerond op 1,02 zit hij er 0,39 % naast — bij kleine getallen onzichtbaar, en rond 1.000 KiB een hele eenheid.
Dat is het getal dat je vóór het afronden wilt weten: niet de fout zelf, maar vanaf waar hij ophoudt verwaarloosbaar te zijn. Daaronder is de korte factor de verstandige; daarboven gebruik je het veld hierboven, dat pas afrondt op het moment van afdrukken.
Eén KiB is 1.024 van de eenheid eronder; één kB is 1.000. Op deze pagina is dat het verschil tussen 1,024 kB en 1 kB — 2,4 % — en het gat groeit bij elke stap omhoog: op een foto een verwaarloosbare afronding, op een harde schijf een zichtbaar stuk.
Hierin zit het raadsel van de verdwenen opslag volledig. Een schijf die als terabyte verkocht wordt bevat in decimale eenheden precies wat erop staat; Windows telt hem daarna in binaire eenheden maar houdt de decimale naam aan, en daar krimpt het getal zonder dat er iets weg is. macOS telt deze eenheden sinds 10.6 decimaal, en daarom kan dezelfde schijf op twee computers twee maten lijken.
Eén kibibyte is 1.024 bytes en één kilobyte hier is 1.000 bytes, dus is de omzetting vermenigvuldigen met 1,024. 500 KiB wordt 512 kB, en 1.000 KiB wordt 1.024 kB. Het verschil van 2,4 procent is het kleinste in de hele ladder van eenheden — bij megabyte tegenover mebibyte is het al 4,9 procent, bij gigabyte tegenover gibibyte 7,4 procent.
Op deze schaal maakt het verschil zelden praktisch uit, maar het bestaan ervan is precies waarom een bestandsbeheerder en een netwerktool soms een net iets andere grootte voor hetzelfde bestand tonen.
De opdracht ls -l op Linux en macOS, en veel systeemtools daaromheen, tellen van oudsher in machten van 1.024 omdat geheugen en bestandssystemen intern in blokken van die grootte werken. Het label dat ze tonen is vaak gewoon "K" of "kB", zonder aan te geven dat het eigenlijk een kibibyte is.
Een webbrowser of downloadmanager telt daarentegen bijna altijd decimaal, want dat is de eenheid die bij netwerksnelheden en bestandsgroottes op verkooppagina's hoort. Vergelijk je een grootte tussen die twee werelden, dan loop je tegen dit verschil aan.
De betrouwbaarste aanwijzing is niet het label maar de context: systeemtools, geheugenrapportage en bestandsbeheerders in Unix-traditie bedoelen vrijwel altijd de binaire waarde, zelfs als ze "kB" of "K" schrijven in plaats van het correcte "KiB". Downloadsnelheden, telefoonabonnementen en verkoopgetallen bedoelen vrijwel altijd de decimale waarde.
Twijfel je, dan is een kleine rekensom vaak sneller dan uitzoeken welke conventie een specifiek stuk software volgt: vermenigvuldig met 1,024 en kijk of het resultaat dichter bij een rond getal ligt dat elders al genoemd werd.
Bij een enkel klein bestand is 2,4 procent onzichtbaar — een verschil van een paar bytes. Bij een grote verzameling bestanden, zoals een broncodeboom of een fotoarchief met tienduizenden items, telt datzelfde percentage op tot een merkbaar verschil tussen wat een tool in KiB meldt en wat een andere in kB toont voor hetzelfde geheel.
Dat is de situatie waarin deze omzetting nuttig wordt: niet om één bestandsgrootte te controleren, maar om twee totalen die in verschillende systemen gerapporteerd zijn eerlijk naast elkaar te leggen.
Van kB naar KiB deel je door 1,024 in plaats van te vermenigvuldigen. 1.024 kB wordt dan 1.000 KiB, en 500 kB wordt ongeveer 488,3 KiB. Het is dezelfde relatie in spiegelbeeld, en welke richting je nodig hebt hangt af van welke eenheid je startgetal al heeft en welke de bestemming verwacht.
Bij twijfel over de richting: vermenigvuldigen met 1,024 maakt een getal groter (KiB naar kB), delen door 1,024 maakt het kleiner (kB naar KiB) — een KiB is namelijk de grotere eenheid van de twee.
Bij bestanden van een paar honderd tot een paar duizend KiB is een verschil van 2,4 procent in de praktijk niet iets waar iemand een beslissing op baseert — het is meer een verklaring voor waarom twee getallen niet precies overeenkomen dan een reden om nauwkeurig af te ronden.
Waar het wel telt is bij het instellen van een harde limiet die dicht tegen een grens aan zit — een uploadveld dat exact op 1.024 kB gezet is, terwijl het bestand 1.024 KiB (1.048,576 kB) blijkt te zijn en dus net wordt geweigerd.
1 KiB is 1,024 kB. De waarde is exact en niet afgerond: de verhouding tussen kibibyte en kilobyte ligt per definitie vast.
Nee. De berekening gebeurt in je browser. Je kunt de verbinding verbreken en gewoon doorrekenen, en dat is meteen de eenvoudigste manier om het na te gaan.
Omdat twee verschillende eenheden dezelfde naam dragen. Fabrikanten rekenen 1 GB = 1.000.000.000 bytes; Windows toont gibibytes, dus 1.073.741.824 bytes, maar noemt ze «GB». Dezelfde schijf lijkt daardoor zeven procent kleiner. Er is niets verdwenen.
Eén kB is 0,976563 KiB. Het is dezelfde verhouding achterstevoren gelezen, dus een uitkomst van de ene pagina die je door de andere haalt, moet weer uitkomen waar hij begon.
Wat deze pagina over informatie-eenheden beweert, is na te gaan, en dit zijn de documenten die de zaak beslechten.
De factor is een constante op de pagina en de som is vier bewerkingen, dus er gaat niets ergens heen en er hoeft ook niets heen. Het getal dat je intikt verlaat de browser niet — er is geen verzoek waarin het zou kunnen meereizen.